Surah Al-Maarij Translate in Dutch

Iemand vraagt en roept om wraak.
Over de ongeloovigen. Er zal niemand wezen, die verhinderen kan.
Dat God hen bedroeven, de meester der trappen.
Langs welke de engelen tot hem opstijgen in een dag, wiens uitgebreidheid vijftig duizend jaren bedraagt.
Daarom, verdraagt de beleedigingen van de bewoners van Mekka met lofwaardig geduld.
Want zij (de ongeloovigen) zien hunne straf ver verwijderd.
Maar wij zien die nabij.
Op een zekeren dag zal de hemel als gesmolten koper worden.
En de bergen gelijk wol van verschillende kleuren, door den wind uiteengedreven.
En een vriend zal den ander niet naar zijn toestand vragen
Load More